Advies

Alles over de bestelauto van de zaak

De bestelauto is voor veel ondernemers een onmisbaar bedrijfsmiddel, waarvoor verschillende fiscale regelingen en voorwaarden gelden. Deze kunnen voordelig uitpakken, maar alleen wanneer de bestelauto en het gebruik daarvan aan de fiscale eisen voldoen. In dit artikel zet fiscalist Cornald Heijligers de belangrijkste aandachtspunten voor u op een rij.

Niet iedere auto die wordt gebruikt voor het vervoer van goederen wordt fiscaal als bestelauto aangemerkt. De Belastingdienst stelt hiervoor specifieke inrichtingseisen. Die verschillen per soort bestelauto, zoals een bestelauto met open laadbak, verhoogd dak of dubbele cabine. Daarnaast zijn er eisen bij de laadruimte, de aanwezigheid van zitplaatsen en de aanwezigheid van zijruiten. 

Bpm bij aanschaf van een bestelauto
Bij de aanschaf of import van een nieuwe auto, bestelauto of motorfiets is bpm verschuldigd. De bpm wordt berekend op basis van de CO₂-uitstoot en de netto catalogusprijs. Sinds 1 januari 2025 kunnen ondernemers niet langer gebruikmaken van de bpm-vrijstelling bij de aanschaf van een bestelauto. Voor voertuigen zonder CO₂-uitstoot is geen bpm verschuldigd.

Afrek bij aanschaf 
Bij de aanschaf van een bestelauto kunt u mogelijk gebruikmaken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de KIA. Deze regeling geldt voor een bestelauto die tot het ondernemingsvermogen behoort en is zowel van toepassing op nieuwe als gebruikte bestelauto’s.

De KIA kan in mindering worden gebracht op de winst. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van het totale investeringsbedrag in een jaar en bedraagt maximaal 28% van het investeringsbedrag. Voor toepassing van de KIA moet het totale investeringsbedrag in 2026 meer bedragen dan € 2.900 en niet meer dan € 398.236.

Voor een nieuwe bestelauto op waterstof kan daarnaast de milieu-investeringsaftrek, de MIA, van toepassing zijn. In 2026 bedraagt deze aftrek 45%. Het bedrijfsmiddel komt daarbij voor 90% van het investeringsbedrag, met een maximum van € 125.000, in aanmerking voor de MIA. 


Let op: als u gebruikmaakt van de MIA, kunt u geen gebruikmaken van de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit, de SWIM. Andersom geldt hetzelfde. Het is daarom verstandig om vooraf te beoordelen welke regeling in uw situatie het meest voordelig is.


Bijtelling: wanneer speelt dit?
Wanneer een bestelauto ter beschikking wordt gesteld en ook privé wordt gebruikt, krijgt u te maken met bijtelling. Voor IB-ondernemers wordt deze bijtelling verwerkt via de aangifte inkomstenbelasting. Voor werknemers en dga’s loopt de bijtelling via de loonadministratie en de aangifte loonheffingen. De bijtelling bedraagt een percentage van de cataloguswaarde. Bij een IB-ondernemer kan de bijtelling nooit hoger zijn dan de werkelijke kosten, inclusief afschrijving. 

Voor bestelauto’s die in 2026 voor het eerst op kenteken worden gezet – en niet volledig elektrisch zijn of op waterstof of zonne-energie rijden – bedraagt de bijtelling 22%. Voor volledig elektrische bestelauto’s geldt in 2026 een bijtelling van 18% over de cataloguswaarde tot maximaal € 30.000. Over het meerdere geldt een bijtelling van 22%. Voor bestelauto’s op waterstof of zonne-energie geldt in 2026 de bijtelling van 18% over de volledige cataloguswaarde. Vanaf 2028 geldt voor deze bestelauto’s een bijtelling van 22% over de volledige cataloguswaarde.

Wanneer géén bijtelling?
Er zijn verschillende situaties waarin de bijtelling achterwege kan blijven. 

  • Als bewezen kan worden dat met de bestelauto jaarlijks niet meer dan 500 kilometer privé wordt gereden. 
  • Voor werknemers kan een ‘verklaring geen privégebruik’ worden aangevraagd. Als de werkgever over deze verklaring beschikt en geen aanwijzingen heeft dat de werknemer zich daar niet aan houdt, hoeft in de loonadministratie geen rekening te worden gehouden met de bijtelling. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting bestaat deze verklaring niet.
  • Voor een bestelauto die bijna uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer, bijvoorbeeld bij een bestelauto die niet geschikt is voor privégebruik. Of een bestelauto met slechts één zitplaats, waarbij bevestigingspunten voor andere zitplaatsen zijn verwijderd of dichtgelast.
  • Als de bestelauto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt. Daarvoor kan een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ worden aangevraagd bij de Belastingdienst. In dat geval hoeft geen rittenregistratie te worden bijgehouden. De bestelauto mag dan echter helemaal niet privé worden gebruikt, dus ook niet voor een korte privérit onderweg van werk naar huis. 
  • Bijvoorbeeld wanneer privégebruik schriftelijk is verboden en de werkgever controleert dat dit verbod wordt nageleefd. Ook kan privégebruik feitelijk onmogelijk zijn, bijvoorbeeld doordat sleutels na werktijd moeten worden ingeleverd of de bestelauto op een afgesloten terrein wordt gestald.

Bij doorlopend afwisselend gebruik door meerdere werknemers kan de werkgever kiezen voor een eindheffing van € 451 per bestelauto per jaar. Zo is geen aparte rittenregistratie per werknemer nodig.

Vereenvoudigde rittenregistratie
Voor werknemers die veel ritten op een dag maken, kan een volledige rittenregistratie een zware administratieve last zijn. In dat geval kan onder voorwaarden worden gewerkt met een vereenvoudigde variant. Daarbij wordt het bewijs voor het aantal privékilometers geleverd met een combinatie van een vereenvoudigde rittenregistratie en de zakelijke adressen in de administratie van de werkgever, bijvoorbeeld in de projectadministratie.

Hierbij moeten werkgever en werknemer schriftelijk afspreken dat de werknemer een vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, dat privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan en dat de werkgever de zakelijke adressen in de administratie bewaart.

Motorrijtuigenbelasting
Voor het gebruik van de openbare weg in Nederland is motorrijtuigenbelasting verschuldigd. De hoogte van de motorrijtuigenbelasting voor een bestelauto hangt onder meer af van het gewicht, de brandstof en de milieukenmerken van het voertuig. Voor ondernemers geldt onder voorwaarden een lager mrb-tarief, waarbij de bestelauto voor meer dan 10% voor de onderneming wordt gebruikt. Een rittenregistratie hiervoor is niet vereist, maar het zakelijke gebruik moet wel aannemelijk kunnen worden gemaakt.

  • Voor elektrische auto’s geldt in 2026, 2027 en 2028 een korting van 30% op het normale mrb-tarief. 
  • In 2029 wordt deze korting verlaagd naar 25% en vanaf 2030 vervalt de korting. 
  • Voor bestelauto’s zonder CO₂-uitstoot geldt in 2026 geen korting meer op het normale mrb-tarief voor bestelauto’s. 
  • Ook de gewichtscorrectie van 125 kg is per 2026 afgeschaft.

Meer informatie
De fiscale regels rondom bestelauto’s bieden verschillende mogelijkheden, maar vragen ook om zorgvuldige toepassing. Met name de fiscale kwalificatie van de bestelauto, het privégebruik, de bijtelling en de administratieve vastlegging zijn belangrijke aandachtspunten. Door vooraf goed te beoordelen welke regels van toepassing zijn, kunnen fiscale risico’s worden beperkt en kan optimaal gebruik worden gemaakt van de beschikbare faciliteiten.

Overweegt u de aanschaf van een bestelauto of wilt u weten welke fiscale regels voor uw situatie gelden?
Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Heeft u een vraag?

Vul onderstaand formulier in