Heeft u een vraag?
Vul onderstaand formulier in
Minder aftrekposten voor ondernemers, hogere werkgeverslasten en een einde aan de onbelaste personeelskorting op eigen producten. Het Belastingplan 2027 raakt de tweewielerbranche op meerdere punten. Er zit ook goed nieuws in, zoals een hogere onbelaste kilometervergoeding en meer aftrek bij energiezuinige investeringen. H&L Accountants en Belastingadviseurs zet de belangrijkste wijzigingen op een rij.
Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de Miljoenennota 2027 en het Belastingpakket voor 2027. Dat pakket bestaat uit vier wetsvoorstellen: het Belastingplan 2027, het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027, de Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups en een wetsvoorstel over de minimumbelasting voor grote internationale multinationals. Het gaat om voorstellen die de Tweede en Eerste Kamer nog moeten behandelen. De meeste maatregelen gaan in op 1 januari 2027, tenzij anders vermeld. Een deel van de bedragen is nog een inschatting.
Meer belasting in box 1
Normaal stijgen de schijfgrenzen en heffingskortingen in de inkomstenbelasting mee met de inflatie. In 2027 wordt maar 48% van de inflatiecorrectie toegepast, ook in 2028 is de correctie beperkt. Het kabinet gebruikt dit om de zogenoemde vrijheidsbijdrage voor de hogere defensie-uitgaven te financieren.
Tegelijk gaan de tarieven omhoog. Voor wie jonger is dan de AOW-leeftijd stijgt het tarief in de eerste schijf van 35,75 naar 36,23%. Die schijf loopt in 2027 tot € 39.247. Het tarief in de tweede schijf stijgt van 37,56 naar 38,16%. Het toptarief van 49,50% blijft gelijk en geldt, net als in 2026, vanaf € 78.426.
Ondernemersaftrek fors omlaag
Voor de ondernemer met een eenmanszaak of vof zijn de wijzigingen in de ondernemersaftrek het belangrijkst. De zelfstandigenaftrek daalt van € 1.200 naar € 900. Ondernemers die aan het urencriterium voldoen, kunnen daardoor € 300 minder aftrekken van hun winst. De mkb-winstvrijstelling blijft 12,70%.
De startersaftrek daalt per 1 januari 2027 van € 2.123 naar € 10 en verdwijnt per 1 januari 2028 helemaal. Dat geldt ook als u vóór 2027 bent gestart en de aftrek nog niet drie keer hebt toegepast. Normaal kunt u de startersaftrek maximaal drie keer gebruiken in de eerste vijf jaar van uw onderneming. Er is geen overgangsrecht, dus niet-benutte jaren gaan verloren. Ook de willekeurige afschrijving voor starters vervalt per 1 januari 2028. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid blijft in 2027 en 2028 nog bestaan en wordt per 1 januari 2029 afgeschaft.
Werkt uw (fiscale) partner ten minste 525 uur mee in de zaak zonder zakelijke beloning? Dan neemt ook dat voordeel sterk af. De percentages van de meewerkaftrek dalen met ongeveer 75%: van 1,25, 2, 3 en 4% naar respectievelijk 0,32, 0,5, 0,75 en 1%. Het moment van ingang wordt bij koninklijk besluit bepaald, beoogd is 1 januari 2027. Bij invoering in 2027 verdwijnt de meewerkaftrek per 1 januari 2030.
Door deze wijzigingen stijgt het verzamelinkomen. Dat kan ook gevolgen hebben voor toeslagen.
H&L adviseert om bij veranderingen in winst opnieuw te laten berekenen welke rechtsvorm het beste past: eenmanszaak, VOF of BV.
Stoppen of overdragen: let op de timing
Wie de komende jaren zijn onderneming wil beëindigen, krijgt te maken met een lagere stakingsaftrek. Deze daalt van maximaal € 3.630 naar € 908 en verdwijnt, bij invoering van de verlaging in 2027, per 1 januari 2030.
Ook voor ondernemers die hun onderneming via een BV drijven en de aandelen willen overdragen, zijn wijzigingen aangekondigd. Zo verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de doorschuifregeling voor aanmerkelijkbelangaandelen. Hierdoor kan beleggingsvermogen ter grootte van maximaal 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen niet langer onder deze regeling worden doorgeschoven. In de bedrijfsopvolgingsregeling voor de schenk- en erfbelasting is deze marge al per 1 januari 2025 afgeschaft; de doorschuifregeling volgt nu als laatste. De afschaffing is wettelijk al geregeld, maar de ingangsdatum staat nog niet vast. De verwachting is dat die niet vóór 1 januari 2028 ligt.
Personeelskorting op eigen producten niet langer apart vrijgesteld
Voor tweewielerzaken en andere bedrijven die personeel korting geven op producten uit het eigen assortiment, is dit een belangrijke wijziging. Werkgevers mochten tot nu toe onbelast een personeelskorting geven van 20% van de waarde van het product, tot maximaal € 500 per werknemer per jaar. Deze gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten verdwijnt per 1 januari 2027.
Korting blijft wel mogelijk, maar die moet vanaf 2027 in de vrije ruimte van de werkkostenregeling worden ondergebracht, mits de korting gebruikelijk is. Overschrijdt u de vrije ruimte, dan betaalt u 80% eindheffing over het meerdere. Daar staat tegenover dat de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom stijgt van 2 naar 2,16%. Dat levert maximaal € 640 extra ruimte per jaar op.
H&L verwacht dat het vervallen van deze vrijstelling vooral de detailhandel raakt. Kijk daarom tijdig in het personeelshandboek, de arbeidsvoorwaarden en eventuele cao-afspraken wat er over personeelskorting is vastgelegd.
Kilometervergoeding naar € 0,25
Werkgevers mogen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 maximaal € 0,25 per kilometer onbelast vergoeden, in plaats van € 0,23. Dat geldt ook voor woon-werkverkeer. Ook de forfaitaire aftrek voor zakelijke reiskosten van IB-ondernemers stijgt naar € 0,25. Werknemers hebben niet automatisch recht op het hogere bedrag. Dat hangt af van de arbeidsovereenkomst, de cao en het eigen mobiliteitsbeleid.
Hogere werkgeverslasten door Aof-premie
Ook werkgevers betalen mee aan de vrijheidsbijdrage, grotendeels via een hogere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Volgens de raming levert dat in 2027 € 1,5 miljard op en vanaf 2028 structureel € 1,7 miljard per jaar. De premiepercentages zijn nog niet bekend. Houd in de personeelsbegroting voor 2027 rekening met hogere loonkosten.
Leaseauto, youngtimer en bestelbus
Stelt u vanaf 2027 een fossiele personenauto ter beschikking die een werknemer ook privé mag gebruiken? Dan betaalt u als werkgever een extra heffing van 12% van de cataloguswaarde. Die komt bovenop de bijtelling van de werknemer en mag niet worden doorberekend. Het overgangsrecht voor auto's die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld, wordt verlengd tot en met 31 december 2030. Verder komen er uitzonderingen voor een vervangende auto tijdens onderhoud of reparatie (maximaal 14 dagen per keer) en, tot en met 2030, voor een fossiele auto die één keer per jaar maximaal zeven aaneengesloten dagen privé ter beschikking wordt gesteld.
De youngtimerregeling wordt minder snel en minder ver versoberd dan eerder gepland. De bijtelling blijft gebaseerd op de waarde in het economisch verkeer, maar de leeftijdsgrens stijgt per 1 januari 2027 van 16 naar 17 jaar en per 1 januari 2028 naar 20 jaar. Het eerdere plan voor 25 jaar gaat niet door. Voor auto's die uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking stonden en in 2027 17 jaar worden, blijft de regeling heel 2027 gelden.
De motorrijtuigenbelasting voor bestelauto's van ondernemers is van 1 juli tot en met 31 december 2026 gehalveerd. Vanaf 1 januari 2027 geldt weer het reguliere tarief. Vanaf die datum bepaalt ook de Europese voertuigcategorie op het kenteken of een voertuig voor de motorrijtuigenbelasting een bestelauto (N1) of een vrachtauto (N2 of N3) is.
Meer aftrek bij investeren en innoveren
De energie-investeringsaftrek stijgt per 1 januari 2027 van 40 naar 45,5%. Het bedrijfsmiddel moet wel op de Energielijst van RVO staan en de investering moet binnen drie maanden worden gemeld. Controleer dat voordat u de verplichting aangaat. Voor bedrijven die zelf ontwikkelen stijgt het vaste uurloon in de WBSO van € 29 naar € 33 en gaat het maximale forfait in de innovatiebox van € 25.000 naar € 100.000 per jaar.
BV: tarieven blijven gelijk
De vennootschapsbelasting blijft 19% tot en met € 200.000 winst en 25,80% daarboven. In box 2 blijven de tarieven 24,50 en 31%; de grens van de eerste schijf stijgt naar € 69.607. Let wel op dat een dividenduitkering het verzamelinkomen verhoogt en daardoor de algemene heffingskorting kan verlagen.
Box 3: invoering nieuw stelsel onzeker
Het tarief in box 3 blijft 36%. Het heffingsvrije vermogen stijgt van € 59.357 naar € 60.098 per persoon. De behandeling van het wetsvoorstel voor een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement is voorlopig aangehouden. Het kabinet komt bij de Voorjaarsnota 2027 terug op de verdere hervorming, waardoor invoering per 1 januari 2028 onzeker is. Daarbij wordt opnieuw onderzocht of een vermogenswinstbelasting beter past dan een vermogensaanwasbelasting. Bij een vermogensaanwasbelasting worden ook ongerealiseerde waardestijgingen jaarlijks belast, terwijl bij een vermogenswinstbelasting in beginsel pas bij realisatie, bijvoorbeeld verkoop, belasting wordt geheven.
Zolang er geen nieuw stelsel is ingevoerd, blijft het huidige systeem met forfaitaire rendementen van toepassing. Is uw werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement? Dan kunt u onder voorwaarden tegenbewijs leveren.
Zorg daarom voor een goede administratie van onder meer rente, dividend, huurinkomsten, waardeveranderingen en kosten. Houd er rekening mee dat bij de huidige tegenbewijsregeling niet alle gemaakte kosten aftrekbaar zijn.
Overdrachtsbelasting op beleggingswoningen omlaag
Wie een woning koopt waarin hij niet zelf gaat wonen, zoals een verhuurde woning, betaalt vanaf 1 januari 2027 7% overdrachtsbelasting in plaats van 8%. Het tarief van 2% voor een eigen woning en de startersvrijstelling blijven gelijk. Voor bedrijfspanden blijft 10,4% gelden. Bij gemengde objecten kan discussie ontstaan over welk deel als woning geldt.
Personeel inhuren via een uitzendbureau
Vanaf 1 januari 2027 geldt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Uitzendbureaus, detacheerders en andere bedrijven die personeel uitlenen, hebben dan een toelating nodig van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Zij moeten die tussen 1 mei en 30 juni 2027 aanvragen. Wie personeel wil blijven uitlenen tijdens de beoordeling, moet zich daarvoor al tussen 1 november en 31 december 2026 aanmelden. De Nederlandse Arbeidsinspectie begint op 1 januari 2028 met handhaven. Huurt u vanaf dat moment personeel in van een uitlener zonder toelating, dan kunt u net als de uitlener een forse boete krijgen. Breng daarom in kaart via welke partijen u inhuurt en leg in het contract vast dat zij aan de toelatingsplicht blijven voldoen.